Kabinet onderstreept noodzaak tot investeringen in onderwijshuisvesting
14-01-2026 12:00Een structurele verhoging van de bekostiging voor onderwijshuisvesting is nodig. Goede schoolgebouwen zijn van belang voor de leerprestaties van de kinderen en voor een gezonde leer- en werkomgeving van de leerlingen en het onderwijspersoneel. Dat schrijft Koen Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in de periodieke Kamerbrief over onderwijshuisvesting.
Staatssecretaris Becking reageert via de Kamerbrief onder andere op de brief die PO-Raad en VO-raad eind november naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. De Kamer heeft het kabinet om een reactie op de brief van de PO-raad gevraagd. Becking schrijft dat de PO-Raad, VO-Raad en VNG goed samenwerken met het ministerie aan de gezamenlijke aanpak onderwijshuisvesting. “Hiermee zorgen we ervoor dat de middelen die er zijn zo doelmatig mogelijk worden ingezet en ondersteunen we gemeenten en scholen bij scholenbouw”, aldus de staatssecretaris in de brief. Hij voegt daar aan toe dat dit echter nog geen oplossing biedt voor de aanvullende middelen die nodig zijn voor de gezamenlijke ambitie aan een aanpak van de onderwijshuisvesting.
Huidige aanpak
De huidige aanpak onderwijshuisvesting bestaat uit drie onderdelen. Ten eerste is er het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting dat tot doel heeft verbeteringen in het stelsel te verankeren in de wetgeving. De PO-Raad pleit samen met VO-raad en VNG voor een snelle invoering van de voorgestelde wetswijziging. Ten tweede is er het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting, dat door bouwend te leren komt tot product- en procesinnovatie. Ten derde is er het Programma Onderwijshuisvesting, dat zich onder andere richt op kennisdeling, professionalisering, en ondersteuning van gemeenten en schoolbesturen bij hun vastgoedopgave. Alle drie de onderdelen samen beogen te komen tot het sneller en kostenefficiënter realiseren van kwalitatief betere schoolgebouwen. De PO-Raad roept schoolorganisaties op om gebruik te maken van de instrumenten en ervaringen van beide programma’s.
Monitoring van schoolgebouwen
Met de periodieke Kamerbrief verschijnt ook de brede verkenning van monitoringsmogelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting (naar aanleiding van een motie van voormalig Tweede Kamerlid Anita Pijpelink). Uit het onderzoek door Andersson Elfers Felix (AEF) blijkt dat schoolorganisaties doorgaans over een basisniveau aan gegevens van hun gebouwen beschikken. Die zijn toereikend om meerjarenonderhoudsplannen op te stellen en om grote incidenten in schoolgebouwen te voorkomen. Gemeenten beschikken ook over genoeg informatie om onderwijs huisvestingsplannen te kunnen opstellen. Het Rijk heeft volgens het rapport momenteel het minst zicht op de staat van onderwijshuisvesting op gebouwniveau. Hier ligt de grootste behoefte aan uniformering van gegevens.
Het rapport van AEF adviseert het ministerie van OCW om te zorgen dat ze structureel inzicht krijgt in de staat van de onderwijshuisvesting op gebouwniveau. Hiervoor bevelen de onderzoekers aan het ministerie aan om regie te nemen in de standaardisatie van indicatoren en definities voor meer professionaliteit van monitoring onderwijshuisvesting. De onderzoekers doen daarbij aanbevelingen voor het voorkomen van extra administratieve lasten.
Bron: PO-raad
